Door Heino van Houwelingen op 15 oktober 2014

Een revolutionaire nieuwe commissie?

“Onze” Frans Timmermans is de eerste vice-voorzitter van de nieuwe commissie. Juncker heeft hem als zijn rechterhand bestempeld en hij zal moeten zorgen voor betere wetgeving, en tegelijk zorgen dat iedereen zich aan het Europese mensenrechten handvast houdt (ook Hongarije en  het Nederlandse vreemdelingenbeleid?).

De media en ook de Nederlandse politiek hebben vooral gekeken naar de poppetjes, en de vraag of “we” een zware portefeuille in de commissie hebben bemachtigd. Dat zal in andere landen niet anders zijn. Maar hoeveel profijt heeft een lidstaat van “haar” commissaris? Als we terugkijken naar het eerste commissariaat van Kroes en de strenge behandeling van Nederlandse banken die staatsteun kregen denk je eerder aan nadeel dan voordeel.

Premier Mark Rutte ziet dat een Nederlandse prioriteit, de betere (of minder?) Europese regelgeving, in goede handen is. Groen Links beklaagt zich dat een linkse minister nu een rechtse agenda gaat uitvoeren. Als Europese idealisten zou D66 natuurlijk geen enkel nationaal voordeel moeten willen zien in de benoemingen, dus het klinkt opportunistisch wanneer Pechtold zich beklaagt over de lichte portefeuille die “we” hebben binnengehaald. En vanuit sociaal-democratisch perspectief kun je zorgelijke geluiden lezen over het geringe aantal socialisten op de economische onderwerpen.

Mij vielen twee andere zaken op: een nieuwe structuur van de commissie en de nadruk die Juncker met die structuur legt op het inhoudelijke programma waarmee hij campagne heeft gevoerd.

De commissie krijgt vice-presidenten met echte macht, omdat zij voorstellen van de commissarissen in hun ‘team’ moeten goedkeuren voor behandeling in het voltallige college van de commissie. Een slimme zet, maar met weinig eigen medewerkers voor deze vice-presidenten is het de vraag hoe weerbarstig de bestaande (en machtige) ambtelijke structuur zal zijn.

De prioriteiten voor deze vice-presidenten zijn ontleend aan het programma waarmee Juncker campagne heeft gevoerd in het parlement. De afgelopen zomer leken we vooral getuige van het bekende Brusselse gezelschapspel tussen de instellingen: zoals zo vaak vooral een ‘zero-sum game’ van wie kan er van wie een beetje macht afsnoepen? In de presentatie van zijn nieuwe commissie lijkt het erop dat het Juncker menens is om te veranderen: een commissie die slagvaardiger en politieker is, en die zich wil laten afrekenen op de beloftes die Juncker gedaan heeft aan het parlement. Dit programma, de zogenaamde ‘political guidelines’ kun je vinden via de volgende link: http://ec.europa.eu/about/juncker-commission/docs/political-guidelines-short_en.pdf.

Als je dat programma bekijkt zitten er wel wat interessante dingen in. Het gaat om economische groei, een sterkere industrie om niet teveel van diensten afhankelijk te zijn, en meer integratie op het gebied van energie, hopelijk ook meer duurzame energie. Wat mij vooral opviel zijn enkele lichtpuntjes gericht op een socialer en een meer democratisch Europa. Hij past dat vooral toe op de monetaire unie: de troika zou moeten worden vervangen door iets dat meer democratische legitimiteit heeft, gebaseerd op parlementaire controle, op Europees en nationaal niveau. En hervormingsprogramma’s moeten niet langer alleen op fiscale duurzaamheid worden getoetst maar moeten ook een ‘social impact assessment’ ondergaan. Een les die het IMF begin jaren 2000 al leerde bij de advisering aan ontwikkelingslanden, maar in Europa moesten we die les dus opnieuw leren. En nog een voornemen om Europa democratischer te maken: hij belooft meer politieke in plaats van technische dialoog met het parlement en de raad. Hij geeft ook een concreet voorbeeld: als een meerderheid van lidstaten tegen genetisch gemodificeerd voedsel is moet de commissie stoppen met het toelaten ervan op de Europese markt, ook als het formeel wel kan.

Juncker en het parlement hebben nu laten zien dat er mogelijkheden zijn om dingen anders te doen, binnen de bestaande regels. Juncker wil niet op de winkel passen, maar echt zorgen voor verandering. Onverwacht lijkt het machtsspel tussen raad en parlement ook een inhoudelijk programma voor de toekomst te hebben opgeleverd. En daar zitten voor sociaal democraten ook een paar interessante ideeën tussen.

Heino van Houwelingen