Door Lara Wolters op 24 april 2018

Verslag: Bezoek Nelleke Vedelaar aan PvdA Brussel

Op 20 februari was onze nieuwe voorzitter Nelleke Vedelaar in Brussel. Op een mooie bijeenkomst in cultureel centrum de Elzenhof maakte de afdeling kennis met haar, en voelden we haar aan de tand over de verkiezingsnederlaag, de (toen) aanstaande gemeenteraadsverkiezingen en de toekomst van de partij.

In haar openingswoord sprak Nelleke voornamelijk over actie, en over niet bij de pakken neerzitten. Ze hechtte aan een beweging die leden aan zich bond door zich lokaal in te zetten en niet bleef toekijken bij onrecht. Kernvraag was daarbij, volgens haar: “Als je onrechtvaardigheid ziet, bestrijd je die dan, met alles wat je in je hebt?” Ze vond dat met name met concrete actie de partij weer moet tonen waar hij voor staat.

Dat verhaal, eerlijk is eerlijk, viel bij sommige afdelingsleden enigszins verkeerd. Nelleke noemde een aantal keer hoe mooi zij het initiatief van Boyan Slat vond, de Nederlandse jongen achter “The Ocean Cleanup”. Hij ontwerpt machines om de plasticsoep in de oceanen op te ruimen. Mooi, merkte iemand op, maar die plasticsoep had daar überhaupt nooit moeten zijn. Individuele acties zijn lovenswaardig, maar een politieke partij moet macht nastreven. Niet om die macht zelf, maar omdat er macht nodig is om beleid vorm te geven. Beleid dat bedrijven bijvoorbeeld verplicht recycleerbare verpakkingen te maken. In een tijd waarin globale ontwikkelingen steeds meer invloed hebben op het leven van alledag, heeft een partij ook visie nodig om die uitdagingen het hoofd te bieden. Lokale actie is dan belangrijk, maar niet genoeg.

Er ontspon zich een debat over actie versus macht. Sommige leden merkten op dat aangezien er in Brussel fundamentele besluiten worden genomen over milieu, handel, defensie enzovoort; het zaak is voor de partij om de EU en de Europese verkiezingen serieuzer te nemen.  Er werd opgemerkt dat de ‘afkeer’ van de PvdA als bestuurderspartij, die af en toe leek door te klinken bij de voorzitter, in dat opzicht een verkeerde houding is.

Met name wat betreft de EU, merkten leden op, kunnen fundamentele besluiten alleen worden beïnvloed als een partij meedoet, serieus wordt genomen, allianties smeedt, en alas – af en toe achterkamertjespolitiek bedrijft. In onderhandelingen is immers altijd wat flexibiliteit nodig. De Euroscepsis die binnen de partij nog steeds bestaat doet af aan die macht, want een partij die zichzelf niet serieus neemt in Europa wordt ook door anderen niet serieus genomen.

Andere leden waren het hier niet mee eens, en merkten op dat actie niet zozeer in conflict is met macht maar meer een basishouding is; die van “de schouders eronder” in plaats van het klakkeloos accepteren van politieke compromissen.

Nelleke antwoordde dat zij het daarmee niet oneens was, en wil dat de partij weer dichter bij de mensen komt te staan – weer meer mensen activeert en enthousiast maakt. En dat daarbij een basishouding wordt aangenomen van ‘van de staat naar de straat’ – waarbij vertegenwoordigers uit Den Haag en Brussel vaker naar de leden toekomen.

Daarnaast sprak Nelleke over een nieuwe wind op congressen en in de ledendemocratie, waarbij de deur wijd open moest worden gezet voor nieuwe ideeën. Dit zou ook moeten gebeuren in aanloop naar de Europese verkiezingen. Leden merkten daarbij op dat het wiel niet opnieuw moet worden uitgevonden: een boel van onze interne, Brusselse kennis en expertise kan bij de verkiezingen worden ingezet. Dat is effectiever en serieuzer dan het crowdsourcen van een manifesto. De afdeling was het wel met haar eens dat niemand blij wordt van honderden moties op een congres en dat het belangrijk was het in de partij gezelliger te maken. Een positievere sfeer zou moeten zorgen dat meer mensen zich thuis voelen bij ons.

Er werd afgesproken dat het partijbureau contact zou houden met de afdeling in aanloop naar de Europese verkiezingen. Al met al kijken we terug op een boeiende, bevlogen avond waarop niet iedereen het met elkaar eens was, maar de energie en strijdlust er vanaf spatte.